Met de wind mee

Thuis zijn vind ik heel fijn. Als ik op pad ben, dan kijk ik er naar uit later thuis te zijn. Heerlijk. Mijn huis, thuis, haven en plek. Eenmaal thuis, zeg ik altijd: “Hallo mooi, lief, leuk, geweldig thuis huis, wat fijn dat ik er weer ben.” Ik groet mijn huis altijd, dat vind ik gezellig.

Ik vind het nog altijd moeilijk om dan thuis echt mijn rust te vinden. Altijd heb ik wel wat te doen in mijn ogen, maar waar te beginnen? Het is nooit klaar een huishouden, de was, stoffen, stofzuigen, er is altijd wel iets dat gedaan moet worden. Ik voel me dan onrustig en niet op mijn gemak. Ik kan niet lekker ontspannen als er een stemmetje zegt dat de was nog opgevouwen moet worden of er een stofzuiger door het huis gehaald moet worden. Ik stel het dan vaak uit en ga bankhangen, snoepje / koekje / chipje erbij en series kijken. ‘Ach één aflevering, dan ga ik aan de slag,’ denk ik dan. Het worden vaak meer afleveringen en koekjes en dan voel ik me lamlendig. Dan denk ik na lange tijd: ‘Ja, nu ga ik wat doen’, maar dan is de dag alweer voorbij en voelt het alsof er alwéér een dag verloren is, dat ik niets nuttigs heb gedaan, dat ik niet iets heb gedaan waar ik echt echt blij van wordt en waar ik energie van krijg. Ik kan namelijk niet rustig gaan tekenen, lezen, bewegen, of iets anders doen wat ik leuk vind, omdat ik zie dat het huishouden niet af is. Dat mijn administratie niet gedaan is, dat de post nog opgeruimd moet worden. Iiiiieeeee…. Gek word ik ervan.

Ik verlies het contact met mezelf doordat ik zo doe. Ik voel me dan verdrietig, boos, onrustig, ik weet niet wat ik met mezelf aan moet, ik ben onthand. Ik sta niet in mijn kracht. Mijn gedachten zijn dan overal en vooral niet positief. Ik ben streng voor mezelf. Als dit of dat, dan kan / mag ik pas doen wat ik leuk vind. Allemaal voorwaarden, want dan pas kan ik me echt ontspannen en concentreren op het leuke. Best krom eigenlijk. Ik ben niet mild naar mezelf. Ik leg de lat heel hoog en het is nooit goed genoeg.

Op een stormachtige zondagmiddag kon ik mezelf wel van mijn bank afkrijgen. Ik voelde me namelijk onrustig, ik wilde eruit, een frisse neus halen en uitwaaien. De series en koekjes achter me latend en naar buiten gaan. Wow, wat vond ik dat vet goed van mezelf. Ik had de discipline om te gaan. Heerlijk de wind door mijn haren. Lekker afkoelen en de razende gedachtes in mijn hoofd laten bedaren. ‘Goh, wat is dit fijn.’

Ik keek om mij heen en zag in de mooie natuur verschillende metaforen, zoals het riet. Langs de waterkant ging het riet heen en weer mee met de wind, ontspannen laten meevoeren, overgeven aan wat is. Buigen, maar niet breken. Het laten gebeuren en over je heen laten komen.

Ook in een stormachtig leven of pittige situatie mag ik me overgeven aan de dingen die me overkomen. Ik mag het op me af laten komen en over me heen laten gaan. ‘Kom maar op.’ Ik hoef niet stug vast te staan en vast te houden aan mijn ideeën en gedachten. Ik mag buigen, me laten meevoeren. Ik kan juist breken door vast te houden en stug te blijven. Dat hoeft niet te gebeuren als ik mezelf durf over te geven aan wat is en erop durf te vertrouwen dat het goed is en dus ook goed komt. Zodra de storm gaat liggen, kan ik weer rechtop staan en ben ik wijzer en sterker dan daarvoor.

Wat een mooi inzicht heb ik mezelf gegeven door deze wandeling. Dat mag ik vaker gaan doen, een cadeautje van mezelf voor mezelf. Naar buiten gaan en de natuur opsnuiven. Dat zijn ook de boodschappen die ik van tijd tot tijd doorkrijg als ik een kaartje trek of als ik een uitspraak of wijsheid lees of hoor. Dat zijn voor mij de tekenen om er gehoor aan te geven. Juist in de natuur en in de buitenlucht kom ik weer tot mezelf en kan ik er weer tegenaan. Ik zie en denk weer helder. Naast een fris verwaaid hoofd, krijg ik ook nog eens mooie boodschappen en inzichten van de natuur, van de engelen. Als ik er geen gehoor aan geef, blijft er een onrustig gevoel in me woekeren en woelen. Totdat het misgaat en bij alles wat ik doe: sporten, eten, werken, leven, er geen voldoening meer is en het niet meer lekker loopt. Het wordt me dan allemaal te veel, ik voel me dan ‘lost’ en zit dan sikkeneurig, mopperend en snikkend op de bank bij mijn moeder. Dit kan ik voor zijn, door tijd met mezelf (in de buitenlucht) door te brengen, te mediteren en te ADEMEN.

Durf te vertrouwen

Ik werk eraan om milder te zijn naar mezelf en ook naar anderen. Om mijn rustpunten te pakken en ook eens niets hoeven te doen en geen afspraken te hebben. Overgeven aan wat mijn gevoel me ingeeft. Wél het moment van ontspanning pakken en mezelf het leuke gunnen. Al het andere komt dan vanzelf wel. Het is nog een hele weg te gaan om weer goed in contact te komen met mezelf. De eerste stappen zijn gezet. Ik ben blij en ik geniet.

Er is geen wifi in de natuur, maar ik verzeker je dat je beter in contact staat.

Wanneer sta jij in goed contact met jezelf? Wat doe je het allerliefst?

Je bent groter dan je denkt. Verfris je lieve leven.

Penny Klaver

****

Spreekt het je aan? Wil je iets delen? Heb je suggesties of tips? Laat een reactie achter of mail naar: pennyklaver@modernmediums.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *